Stemmetjes

Kinderen kunnen meedogenloos zijn in hun mening over kleding. Zodra je ook maar een beetje afwijkt van het gemiddelde,
groeit de kans op afkeurende blikken of erger: pesterijen. Het is moeilijk om je niet te laten leiden door dat wat ‘hip’ is. Deze imagostrijd begint al vroeg. Denk er maar eens over na: bepaalden jouw klasgenoten vroeger onbewust wat je aandeed? Of je ouders? Liet je je meeslepen door ‘dat wat hoort’? Op de basisschool werd ik in mijn kleding vooral gestuurd door mijn moeder. Zij hulde mij van top tot teen in kleding van Barbara Farber. Ik zag eruit als een überhippe Pebbles, het schattige meisje uit The Flintstones. Een aaibaar meisje gehuld in jurkjes en laarsjes. Van mijn sokken tot mijn potloden met bijpassende gum, alles was mooi en schattig. Zonder dat ik het wilde, trok ik met mijn Pebbles-imago alle aandacht. Iedereen wilde me aanraken en op schoot nemen.

Ik voegde me naar mijn kleding en werd erdoor gevormd. Maar ik besefte nog helemaal niet hoe er over me gedacht werd,
totdat ik naar de brugklas ging. Ik belandde op een behoorlijk coole, openbare school waar mijn leeftijdsgenoten All Stars
en jersey truien droegen. Ik droeg een turkooizen broek, waar zij in verwassen jeans liepen. Ik had laarzen met een blinkend
neusje, terwijl zij stoere gympen droegen. Het leukste meisje uit de klas sprak me vermanend toe: ‘Lieve Dyanne, je ziet er
té anders uit. Wat je nu draagt kan echt niet.’ Met tegenzin ging mijn moeder met me mee naar de Albert Cuypmarkt voor
zo’n vreselijke trui met patchworkmotief. Een drama voor mijn keurige moeder, maar ze liet het me beproeven. Thuis trok ik
verwachtingsvol mijn nieuwe aanwinst aan. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar het klopte niet. Dit was ik niet. En
zo leerde ik al snel om mij te kleden op basis van mijn gevoel. Ik ben uiteindelijk overgestapt naar een andere school, misschien wel onbewust omdat ik er niet paste. Je kunt je immers niet eeuwig voegen naar je omgeving, dat gaat je in de weg zitten. Je omgeving maakt je bewust van je uiterlijk en het is aan jou wat je hiermee doet. Ik vind het nu heerlijk om te zien dat mijn oudste liefdochter zoekende is. Aan de ene kant roept ze vol overtuiging: ‘Deze fiets kan écht niet meer, die is niet cool.’ Aan de andere kant luistert ze naar zichzelf, past ze haar keuzes daarop aan en doet ze wat goed voor haar is. Bij ons thuis trekken mijn liefdochters aan waar ze zich lekker bij voelen. Ik zal nooit zeggen dat ze iets niet mogen dragen, maar heb wel een subtiel aandeel in hun basisgarderobe. Vervolgens kunnen ze zelf kiezen en combineren en heb je nooit discussie voor de kledingkast. Als ze iets willen dragen wat echt discutabel is, vraag ik subtiel: ‘Wat vind je zelf?’ Zo kunnen ze een beroep doen op hun eigen geweten. We weten ergens dat we naar dat stemmetje diep vanbinnen moeten luisteren, maar we horen al zo vroeg in ons leven heel veel andere stemmetjes. Stemmen van onze omgeving die zich hebben vastgenesteld in ons zelfvertrouwen en die nog jaren
nagonzen. Probeer ze uit te schakelen en luister naar jouw eigen gevoel.